Hoeveel zonnepanelen heb je echt nodig? Zo reken je het uit

Dit is de vraag die ik het vaakst binnenkrijg, en meestal krijgt de vrager een aantal uit een online rekentooltje dat nergens op slaat. “Neem lekker 14 panelen”, terwijl er niet eens is gevraagd naar het verbruik of het dak. Ik ga het hier stap voor stap met je doorrekenen, met de cijfers uit mijn eigen jaren-30 huis erbij, zodat je zelf een aantal kunt bepalen dat bij jóuw situatie past en niet bij het rekenvoorbeeld in de folder.

Het draait om je jaarverbruik, niet om je dak

De eerste fout die bijna iedereen maakt: beginnen bij de vraag “hoeveel passen er op mijn dak”. Begin bij je verbruik. Pak je laatste jaarafrekening erbij en zoek je stroomverbruik in kilowattuur (kWh) per jaar. Een gemiddeld Nederlands huishouden zit rond de 2.500 tot 3.500 kWh. Woon je met een groot gezin, heb je een warmtepomp of laad je een elektrische auto thuis, dan schiet dat zo naar 4.500 kWh of hoger.

Waarom dit getal leidend is: je wilt je panelen afstemmen op wat je gebruikt, niet blind je dak volleggen. Bij mij thuis lag het verbruik op ongeveer 3.200 kWh voordat de warmtepomp erin ging. Daarna sprong het naar bijna 5.000 kWh. Had ik mijn panelen destijds op die 3.200 gebaseerd, dan had ik nu te weinig. Denk dus vooruit: staat er een warmtepomp of een tweede auto op de planning, tel dat er alvast bij op.

De rekensom: van kWh naar aantal panelen

Een modern paneel levert in Nederland ongeveer 400 tot 450 wattpiek (Wp). Als vuistregel haal je per wattpiek grofweg 0,85 kWh per jaar van je dak, mits het dak redelijk op het zuiden ligt en niet in de schaduw staat. Een paneel van 430 Wp levert dan zo’n 365 kWh per jaar.

De som wordt dan simpel:

  • Jaarverbruik delen door opbrengst per paneel. Bij 3.500 kWh: 3.500 / 365 = ongeveer 10 panelen.
  • Bij 4.500 kWh (gezin plus warmtepomp): 4.500 / 365 = ongeveer 12 tot 13 panelen.
  • Bij 2.500 kWh (klein huishouden): 2.500 / 365 = ongeveer 7 panelen.

Bij mij liggen er nu 14 panelen van 415 Wp, samen zo’n 5,8 kWp. Die leveren in een gemiddeld jaar rond de 5.000 kWh, precies genoeg voor het huis met de warmtepomp erbij. Let op: dit is een schatting. Ligging, dakhelling, schaduw van een boom of schoorsteen en de kwaliteit van je omvormer maken zo 10 tot 15 procent verschil. Reken het door voor je eigen situatie en houd een marge aan.

Waarom je sinds de saldering niet meer moet overdimensioneren

Vroeger was het advies simpel: leg je dak zo vol mogelijk, want alles wat je teruglevert saldeer je toch weg tegen wat je afneemt. Die vlieger gaat niet meer op. De salderingsregeling wordt afgebouwd, en vanaf 2027 verdwijnt ze helemaal. Wat je teruglevert aan het net krijg je dan nog maar deels vergoed, en energieleveranciers rekenen inmiddels terugleverkosten.

Het gevolg: stroom die je zelf direct gebruikt is veel meer waard dan stroom die je teruglevert. Een kilowattuur die je zelf verbruikt bespaart je de volle prijs (rond de 0,30 euro), terwijl je voor teruglevering straks misschien nog maar een paar cent krijgt. Daarom is het nu verstandiger om iets kráp te dimensioneren: net genoeg om je eigen verbruik te dekken, in plaats van een enorm overschot dat je bijna gratis het net op duwt. Dat is precies andersom dan wat de meeste verkopers je nog vertellen.

Eerlijk over mijn eigen misser: ik had er in het begin twee panelen te weinig, omdat ik geen rekening hield met de warmtepomp die er later in kwam. Bijplaatsen kostte me een extra voorrijbeslag en een nieuwe omvormerinstelling, samen een paar honderd euro die ik had kunnen besparen door in één keer goed te rekenen. Vandaar dat ik zo hamer op vooruitdenken.

Wat het kost en wanneer het terugverdient

Reken voor een set van 10 panelen inclusief omvormer en montage op ongeveer 4.000 tot 5.500 euro, afhankelijk van je dak en installateur. Dat is grofweg 400 tot 550 euro per paneel, all-in. Met een besparing van 350 tot 500 euro per jaar (afhankelijk van hoeveel je zelf verbruikt) kom je op een terugverdientijd van ruwweg 8 tot 11 jaar. Met de afbouw van de saldering kruipt die tijd iets omhoog vergeleken met een paar jaar terug, wees daar eerlijk over tegen jezelf.

Dit blijft een schatting die per huis verschilt. Wil je alle cijfers rond zonnepanelen naast elkaar zien, kijk dan in ons dossier over zonnepanelen, waar ik opbrengst, thuisbatterijen en offertes verder uitrekent.

Praktisch: zo kom je aan een eerlijke offerte

Ga niet af op de eerste verkoper die aanbelt. Wat ik je aanraad:

  • Vraag minstens drie offertes op, bijvoorbeeld via een onafhankelijke vergelijker als Solar Simulator of Zonnepanelen-op-je-dak, zodat je merknamen en prijzen naast elkaar legt.
  • Let op de omvormer: een goede string-omvormer van bijvoorbeeld SolarEdge of Growatt scheelt jaren later gedoe. Vraag naar de garantietermijn (10 jaar op de omvormer is normaal, 25 jaar op de panelen).
  • Wil je alleen materialen voor een kleine uitbreiding of een zelfbouwset op een schuur, dan verkopen bouwmarkten als Gamma en Praxis complete sets. Voor je woonhuis raad ik toch een erkend installateur aan, vanwege de aansluiting op je meterkast.
  • Check of de installateur je verbruik echt heeft nagevraagd. Doet hij dat niet, dan verkoopt hij een standaardpakket en niet jouw pakket.

Waarom ik dit zo stellig zeg? Omdat we bij discatech niets verkopen en aan geen enkele installateur vastzitten. Meer over waarom we onafhankelijk werken lees je op onze over ons-pagina. Mijn enige belang is dat jouw aantal panelen klopt.

Hoeveel zonnepanelen heb ik nodig voor 3500 kWh?

Reken op ongeveer 10 panelen van 400 tot 450 Wp. Een paneel levert grofweg 365 kWh per jaar bij een redelijk zuidgericht dak, dus 3.500 gedeeld door 365 komt uit op zo’n 10 stuks. Ligging en schaduw kunnen dit met 10 tot 15 procent laten schommelen.

Kan ik beter iets meer panelen nemen voor de zekerheid?

Sinds de saldering wordt afgebouwd is fors overdimensioneren niet meer slim: teruggeleverde stroom levert straks weinig op. Neem net genoeg om je eigen verbruik te dekken. Verwacht je binnenkort een warmtepomp of elektrische auto, tel dat verbruik er dan wél alvast bij op.

Hoeveel dak heb ik nodig voor 10 panelen?

Een paneel is ongeveer 1,75 bij 1,15 meter, dus ruim 2 vierkante meter per stuk. Voor 10 panelen heb je grofweg 18 tot 20 vierkante meter aaneengesloten dakvlak nodig, bij voorkeur op het zuiden, zuidoosten of zuidwesten.

Wat als mijn dak op het noorden ligt?

Een noorddak levert fors minder op, soms 30 tot 40 procent minder dan zuid. Dan heb je meer panelen nodig voor hetzelfde resultaat en loopt de terugverdientijd op. Een oost-westopstelling is vaak een prima compromis, omdat je de opbrengst mooier over de dag spreidt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *